onderwijs hoogbegaafde kinderen

Gelijkheid troef in het Nederlandse basisonderwijs

Na een afwisselende carrière en diverse studies heeft Willy de Heer een plek gevonden waarin haar ervaring in en kennis van de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, bedrijfsleven, crisismanagement, automatisering en onderwijs bij elkaar komen. Ze promoveerde aan de Universiteit Leiden op de kennis over hoogbegaafde kinderen in het onderwijs en de toepassing van die kennis. Begin maart verscheen, met steun van het Mensa Fonds, de publieksversie van haar proefschrift.

Zeer makkelijk lerend

Of ze zelf hoogbegaafd is weet ze niet. Vindt ze ook niet belangrijk. Voor dr. Willy de Heer tellen vooral de kinderen. En dan vooral hoogbegaafde of zoals zij ze liever noemt: zeer makkelijk lerende kinderen. Ze verklaart: “In het onderwijs zou je het niet over hoogbegaafd moeten hebben. Het gaat op school niet over je IQ of zijnskenmerken, maar om het leren. Ik gebruik daarom de term Zeer Makkelijk Lerend of ZMAL, omdat deze kinderen van zichzelf zeer makkelijk leren. Die sluit bovendien mooi aan bij het bekende begrip Zeer Moeilijk Lerend of ZML.” Ook in problematiek trouwens: “ZML-kinderen hebben stress van overvraagd worden, maar ZMAL-leerlingen hebben stress van ondervraagd worden.”

Al is het wel zo dat zeer makkelijk lerenden, anders dan zeer moeilijk lerenden, vaak denken dat de omgeving begrijpt wat zij bedoelen en soms meer van de omgeving verwachten dan deze kan bieden. Leerkrachten moeten inzien dat deze kinderen niet alleen anders leren, maar dat zij ze anders moeten benaderen. En dat gebeurt nu niet, is een van de pittige conclusies uit haar onderzoek en boek. “Het lijkt voor mensen heel moeilijk te zijn om het te begrijpen. Moeilijk lerenden snapt het onderwijs wel, maar makkelijk lerenden worden niet gezien. Dat moet anders, want anders gaat het een keer fout. Op school of later.”

Leren leren

Niet dat ze alleen maar problemen ziet. De goedlachse doctor in de Rechten kan intens genieten van de kinderen, zich verwonderen over de heldere opmerkingen die een klein kind al kan maken, het heldere kijken. Vrolijk wordt ze ook van de herkenning, de gedeelde humor die ze bij deze kinderen ziet. “Maar,” zo waarschuwt ze, “er moet wél wat gebeuren en snel ook. Als we het onderwijs niet aanpassen gaat het niet goed met deze kinderen, niet met hun gezin en uiteindelijk ook niet met Nederland.” In haar eigen omgeving zag ze bijvoorbeeld een meisje afzakken van gymnasium naar vmbo. “Dat moeten we zien te voorkomen, als een kind niet leert leren, als het slimmer is en toch geen voldoendes kan halen, dan heeft het daar zijn of haar leven lang last van. Iedereen moet het een keer leren. En dat is later lastiger dan op de basisschool.”

Helaas leren deze kinderen het op de basisschool meestal niet, zag ze in de praktijk. “Ik vond dat kinderen een gebrek aan onderwijs hadden. Ik ben PABO gaan doen en ik wilde iets doen met kinderen die meer konden dan gemiddeld. Maar daar werd op de PABO geen les in gegeven, ik werd als laatstejaars zelfs gevraagd om les te geven aan de eerstejaars. Vervolgens had geen enkele basisschool in mijn omgeving er eigenlijk interesse in. Zelfs op de Leonardo-school waar ik inviel zag ik een gebrek aan kennis en aan de inbedding hiervan. Verbazingwekkend.” En de directe aanleiding tot haar onderzoek naar de vraag waarom kennis over ZMAL-kinderen niet wordt toegepast in het onderwijs.

Schijnaandacht

Daarvoor zijn grofweg twee redenen, ontdekte ze: het gebrek aan kennis bij leerkrachten en het vooroordeel dat ZMAL-kinderen al zoveel mee hebben dat ze het zelf wel kunnen redden. En nee, dat is niet iets typisch Nederlands. “Ook in bijvoorbeeld Amerika zie ik dat er vooral aandacht is voor hoogbegaafden als er een crisis is, als het nodig is. Als de problemen voorbij zijn, zijn de slimmeriken niet meer echt nodig en is er geen geld meer voor.” De aandacht die er nu is voor Zeer Makkelijk Lerenden is wat Willy de Heer betreft vooral schijnaandacht. De subsidie hoogbegaafdheid vindt ze meer window dressing dan dat het echt wat is. “Samenwerkingsverbanden bepalen wie de 10% best presterende kinderen zijn – maar de samenwerkingsverbanden hebben hier geen kennis van. Zo vallen veel ZMAL-kinderen buiten de boot, omdat ze bijvoorbeeld niet tot die 10% best presterenden behoren. Samenwerkingsverbanden helpen vaak alleen kinderen die in de knoop zijn geraakt. Maar zo voorkomen ze niet dat kinderen in de problemen raken. Dat is investeren in zorg, niet in onderwijs.”

Grote plannen

Wat er dan wel nodig is? “Serieus investeren in deze groep door de overheid. Zij moeten bijvoorbeeld PABO’s verplicht stellen om aandacht aan ZMAL te besteden. Er iemand op zetten die er echt verstand van heeft en investeren in een kenniscentrum, niet steeds in losse projectjes.” Dat kenniscentrum heeft ze zelf alvast opgericht, het Kenniscentrum voor Makkelijk Lerenden. Ambitie: het onderwijs veranderen. “Ik zie zoveel nadelen van het huidige systeem en ik heb een enorme drive om het onderwijs te veranderen. Onderwijs moet echt passend worden. Als ik daaraan heb kunnen bijdragen, ben ik tevreden.” Maar haar ambities reiken verder dan het onderwijs: “Het moet veel breder bekend worden dat overtuigingen als ‘ze komen er toch wel’ niet kloppen. Jeugdzorg, gezondheidszorg, GGZ, consultatiebureaus en dergelijke instituten en instanties moeten weten dat deze kinderen anders in elkaar zitten dan gemiddeld lerende kinderen. Omdat deze kennis er nu niet is worden ouders soms zelfs uit de ouderlijke macht ontzet. Dat moet anders. Ik wil dat deze kinderen (en hun ouders) begrepen worden en niet worden weggezet als wijsneuzen.” Lachend: “Ik heb grote plannen.”

Het publieksboek van Willy de Heer – Onderwijs aan zeer makkelijk lerenden of hoogbegaafden, Een overzicht van de wetenschappelijke kennis – is een bewerking van het eerste deel van het proefschrift Gelijkheid troef (2017). Het publieksboek is mede gefinancierd door het Mensa Fonds. Het is verkrijgbaar via boekwinkels, webwinkels en de website van de uitgever Eburon. Het proefschrift is eveneens te verkrijgen via boekwinkels, webwinkels en de universiteit Leiden.

Kijk voor meer informatie op Kenniscentrum voor Makkelijk Lerenden.

STICHTING MENSA FONDS
HB onderwijs Stichting Mensa Fonds is in 2013 opgericht door Vereniging Mensa Nederland. De stichting heeft als doelen het benutten van talenten van hoogbegaafden en het zichtbaarder maken van de betekenis van hoogbegaafdheid voor de samenleving. Het fonds is voor iedereen die geïnteresseerd is in hoogbegaafdheid, of ze lid zijn van de vereniging of niet.


Geplaatst

in

,

door