De veelweter: duwtreinen

In Verenigingsleven by Karina Meerman

In de rubriek ‘De Veelweter‘ in HIQ Magazine een Mensaal die veel van een bepaald onderwerp weet. Eén van deze veelweters is Klaas Wielinga (1947), een gepensioneerde werktuigbouwer. Het laatste project voor zijn pensioen was het ontwerpen van een paspoortenlasmachine. Daarvoor werkte hij onder andere met TNO aan het nauwkeurig richten van een laserstraal over een afstand van vijf miljoen kilometer. Nu maakt hij treintjes op een schaal van 1:160.

“Mijn vader bracht afgekeurde houtblokjes mee van zijn werk bij de speelgoedhandel in Voorschoten, om de kachel mee aan te maken. Ze waren van boven bol, van onderen hol en ik zag er direct een treinwagon in. Ik tekende raampjes op de zijkant en schoof de blokjes tussen plankjes door de kamer. Als zesjarige was ik al dol op treinen. Ik tekende ze op school en wandelde naar het station om naar ze te kijken. Op mijn zestiende kocht ik een elektrische trein. Na mijn trouwen was daar geen ruimte meer voor. Ik borg hem op.

Minitrix schaal

Toen onze dochter negen werd had ik graag met haar met de trein gespeeld, maar hij was te kwetsbaar. Ik dacht weer aan mijn oude trein. Dat moest mooier kunnen. Ik maakte de stoptrein (plan V) van beukenhout. Dat is geschikt voor speelgoed en gelamineerd trekt het niet krom. Rubberhout is het beste, maar niet makkelijk te krijgen. Mijn duwtreinen zijn gebouwd op de Minitrix-schaal N, dat is 1:160. Fleishman, Piko en Märklin zijn spoorwegschaal H0.

Triplex maken

Mijn eerste generatie rails was van meubelhout maar dat versplinterde te snel. Voor de tweede gebruikte ik triplex. Ik monteerde een decoupeerzaag ondersteboven onder op een tafel. Met een goedgeplaatste spijker zorgde ik dat ik het hout iedere keer in de juiste boog zaagde. De derde generatie was van zelfgemaakt triplex met een beuken toplaag. Het ontwerp maakte ik in software (CAD). Het hout liet ik voor duizend gulden vanaf tekening snijden met een lasersnijder. De rails pasten aan elkaar met een soort puzzelstukje, wat minder speling geeft dan een zwaluwstaart. Een alternatieve vergrendeling was met magneetjes, maar die bleken niet sterk genoeg. De laatste generatie rails is ook van triplex en heeft een inwendige vergrendeling. Lasersnijden doe ik inmiddels zelf bij een FabLab. Dankzij een schuifje in de bovenste twee lagen van het triplex is er ook een verticale vergrendeling waardoor de rails zelfs op een tegelvloer even hoog liggen. Ik heb hierop patent gekregen.

Weerstand

De duwtrein heeft pennetjes onderop. Die moeten perfect in het midden zitten, anders staan de wagons niet recht achter elkaar. Ik vond schroefoogjes die na bewerking perfect geschikt waren. Mijn laatste model was de ICE3, vorig jaar. Uit een gesloopt logeerbed kwam een prachtige beuken lat. Die heb ik met cirkelzaag, schuurband en vijl in vorm gemaakt. Mijn eerste treinmodellen waren geschilderd. Nu maak ik een digitale foto van een model of een origineel. Op de computer pas ik met fotobewerkingssoftware de kleur aan zodat hij op het oog zo goed mogelijk overeenkomt met het origineel. Da print ik op schaal op fotopapier en plak ik het op de trein.

Open source

Ik heb berekend wat het kostte om de treinen naar de markt te brengen. Inclusief mallen, materiaal, robots, stansmachines, verpakkingen, drukkosten en reclame was het gewoon niet rendabel. Daarom heb ik nu een website waar mensen de tekeningen kunnen downloaden. Het is toch ook veel leuker wanneer je vader of opa treinen voor je maakt. Mijn treinen gaan generaties mee, ze zijn niet stuk te krijgen.”

Fotografie: Inge Mewe