Fotografie: Inge Mewe

De veelweter: over het bouwen van een slimme woning

In Persoonlijk, Verenigingsleven by hiq-redactie

Roelof Klein nam zich ooit voor met elke trend mee te lopen en het liefst in de voorhoede. Daarom bouwt hij met sensoren en microcontrollers nu al de slimme woning die iedereen over vijftien jaar zal hebben.
In zijn vorige huis wist Roelof dankzij 25 slimme stekkers alles over zijn stroomverbruik. Nu gaat hij naast elek- triciteit ook gas- en vloeistofstromen meten. Zijn uiteindelijke doel is om van zijn rijtjeshuis een geïsoleerd object te maken waarbinnen alles wordt gemeten wat de kwaliteit van woonbeleving raakt. CO2, jnstof, ammoniak, luchtdruk, temperatuur, luchtvochtigheid, uv-straling, lichtsterkte. En daarmee gaat hij “lomp veel besparen”. Nu al zit zijn gasverbruik op slechts 400 m3 en elektriciteit op 1.500 kWh per jaar en dat wordt alleen maar minder (gemiddeld is dat respectievelijk 1.500 m3 en 3.300 kWh).

LOXONE
Voor een slim en duurzaam huis zijn sensoren nodig, microcontrollers die data kunnen zenden en ontvangen (Arduino’s), motortjes die zich daardoor laten aansturen en een centraal brein dat alles verbindt. Dat laatste is Loxone, een “gruwelijk intelligent” domoticasysteem dat in de meterkast woont. Gemodi ceerde kant-en-klare algoritmes leggen bijvoorbeeld correlaties tussen ventilatie, verwarming en verlichting. Straks, wanneer iemand aanbelt, dimt het de draadloze Sonos-speakers zodat Roelof de bel kan horen. Vaste bezoekers kunnen zichzelf dan binnenlaten dankzij een vingerafdruksensor.

SPELEN EN LEREN
Arduino’s zijn minicomputers met een ethernetverbinding, halffabricaten van een paar euro, bestemd voor inbouw in duurdere apparatuur. Liefhebbers scha en ze aan bij het Chinese AliExpress. Roelof verwacht binnen twee jaar zijn investeringen terug te verdienen. Arduino’s zijn te programmeren in C++, maar die kennis is niet nodig om ermee aan de slag te kunnen. Talloze webpagina’s en YouTube-kanalen bieden voorbeeldprogramma’s om spelenderwijs te leren.

KAMERPLANTEN
Zijn eerste sensor was een CO2-meter. De resultaten daarvan wakkerden zijn nieuwsgierigheid aan naar andere mogelijkheden. Zijn conclusie: technisch zijn er geen grenzen meer. Roelof weet nu dat een huiskamer met een paar mensen en wat kaarsjes in no-time dezelfde CO2-waarden heeft als een benauwde vergaderzaal (2.000 ppm). Hij streeft zelf naar bosluchtwaarden (400 ppm) door een automatisch gereguleerde balans tussen venti- latie en verwarming. Zijn kamerplanten maken geen meetbaar verschil op de CO2-waarden in huis, maar hij wil nu de vochtigheid van hun potgrond weten voor tijdige bewatering.

KATTENBAK
Ook de voerbak van de katten krijgt sensoren zodat meetbaar wordt hoeveel de beesten eten en wanneer. De kattenbak wordt eveneens uitgerust met sensoren. Niet om te weten wanneer die verschoond moet worden – geur is geen graadmeter omdat het kattentoilet is ingebouwd in de trapkast en aangesloten op de afzuiging van het mensentoilet – maar om te achterhalen welke poes wat ‘haalt en brengt’. De heren verschillen namelijk in gewicht. Ook de zeilboot moest eraan geloven. Sensoren leveren gegevens over vertragingen en versnellingen, gecombineerd met weersomstandigheden en locatie.
Roelof kan maar niet begrijpen waarom huizen qua automatisering veertig jaar achterlopen. De plek waar mensen het vaakst zijn heeft de laagste automatiseringsgraad. Men kent de luchtkwaliteit binnenshuis niet, maar maakt zich wel druk om arbeidsomstandigheden op het werk en leefklimaat in scholen. Dat gaat Roelof slimmer aanpakken.