“Als talent kan groeien, gaat Amsterdam bloeien”

In Intelligentie by hiq-redactie

Werner Toonk was in maart 2014 gemeenteraadslid voor de VVD in Amsterdam. Oud-voorzitter van Mensa Grethe van Geffen vroeg hem voor HiQuarterly naar zijn visie over over hoogbegaafdheid in het onderwijs en de stand van zaken in de hoofdstad.

Vanwaar jouw initiatieven rond hoogbegaafdheid in het onderwijs?

“Toen ik vier jaar geleden (RED: 2010) gemeenteraadslid werd, stond hoogbegaafdheid in het onderwijs in het verkiezingsprogramma van de VVD Amsterdam. Daar hoort het ook in te staan. Het onderwijs in Nederland doet het redelijk tot goed, maar uit onderzoek blijkt dat we juist aan de bovenkant aan de onderkant scoren. Als we echt een kenniseconomie willen zijn, dan moeten we ervoor zorgen dat de allerslimsten worden uitgedaagd om het maximale uit zichzelf te halen. In Azië gebeurt dat wel; Nederland kan niet achterblijven. Er wonen in Amsterdam 800.000 mensen en daar zit heel veel talent tussen. Enerzijds is dat gewoon een kwestie van statistiek, anderzijds trekt zo’n dynamische stad talent aan. In mijn ogen heeft Amsterdam heel veel meer in huis dan andere steden om talent te laten bloeien. Dus ja, Amsterdam heeft een overvloed aan talent in huis. Dat moeten we koesteren. Het klinkt wat afgezaagd, maar als dat talent kan groeien, gaat Amsterdam bloeien. Dat hebben we te doen met elkaar.”

Hoe verklaar jij het dat Amsterdam eerder een achterloper dan een voorloper was in aandacht voor hoogbegaafd talent?

“Wat ik zie in Amsterdam is dat onderwijs vooral een zaak is van het wegwerken van achterstanden. Dat heeft grotendeels te maken met ideologische keuzes, waarbij gestreefd wordt naar gelijkheid, in plaats van optimale ontplooiing. Anderzijds speelt ook mee dat ouders in Amsterdam gemiddeld genomen het al snel goed vinden. Gelukkig zien we dat dat op alle fronten aan het veranderen is, bij ouders, bij scholen en bij de gemeente.”

Jouw voorstellen werden met een overvloed aan stemmen aangenomen. Wat is het geheim om aandacht te krijgen voor hoogbegaafdheid in het onderwijs in een gemeenteraad? Wat doe je als raadslid wel en niet? Wat is jouw best bewaarde geheim in dit verband?

“Hahaha! Dat zijn wel heel veel vragen ineens. Het geheim is dat raadsleden, net als Mensaleden, gewoon mensen zijn. Als ze zien dat iets niet goed georganiseerd is, dan kijken ze net als andere mensen hoe het beter kan. Toen voor mij duidelijk werd dat kinderen met een hoge intelligentie in het Amsterdamse onderwijs echt vastlopen, onderpresteren en sociaal gezien problemen ervaren, wilde ik daar wat aan doen. Het kan niet zo zijn dat in een stad waar toptalent in zo’n overvloed aanwezig is , er geen plek is voor die kinderen. Voor een Leonardoschool moesten kinderen naar Badhoevedorp gebracht worden. Wat werkte was verhalen delen, mensen zelf aan het woord laten en uiteindelijk echt laten voelen wat er aan de hand was.

Belangrijk is te beseffen dat de politieke werkelijkheid vaak een papieren werkelijkheid is. Om echt iets te veranderen, is er vaak meer nodig. Daarom belde ik Han Elbers, de voorzitter van AMOS, met ongeveer 30 basisscholen in Amsterdam, om te zien wat hij kon doen aan hb-onderwijs. Vanaf toen ging het snel. Hij stond er erg open voor, had zelf al plannen en we hebben elkaar versterkt bij de realisatie zodat er nu fulltime hb-onderwijs is op meerdere basisscholen in Amsterdam. Nadeel is wel dat dat jaarlijks €1.600,- kost per kind en dat kan niet iedereen betalen. Ik ben nu bestuurslid van de Vrienden van AMOSunIQ en wil geld inzamelen voor HB-kinderen wier ouders dat bedrag niet kunnen betalen.”

Met meerdere Mensaleden in diverse Amsterdamse politieke pa tijen ontdekten wij veel ingangen voor onze onderwijslobby. Heb jij bij jouw voorstellen invloed van Mensa ervaren, en zo ja, hoe evalueer je die?

“Hoogbegaafdheid heeft geen politieke kleur en moet vooral niet iets zijn van de ene of de andere politieke partij. Het hielp dat dat voor raadsleden heel duidelijk was. Als het een typisch VVD-ding geweest zou zijn, dan was het veel lastiger geweest om hier een succes te kunnen boeken. Voor mij was het heel prettig dat Mensaleden actief meedachten met ons voorstel, maar ook met ambtenaren. Ook los van alle partijen lieten zij hun eigen geluid horen. Dat is iets wat Mensa vooral moet blij- ven doen: naar buiten blijven treden, en je verhaal blijven vertellen.”

Bij Mensa zeggen we: kinderen worden volwassen en dan zijn ze nog steeds hoogbegaafd. Er is een groot potentieel aan volwassen hoogbegaafd talent, maar dat blijft onderbenut. Hoe kijk jij hier tegenaan?

“Ik geloof in intelligentie, in de kracht van het bijzondere. Van het kunnen doorgronden of doorvoelen van complexe problemen, het simplificeren en oplossen daarvan. Voor mij is dat waar het om gaat en wat de wereld nodig heeft. Maar in het echte leven is er natuurlijk veel meer dan dat en gaat het niet alleen om gelijk hebben of om de beste oplossing kunnen vinden. Het gaat ook om andere vaardigheden die niets met intelligentie te maken hebben. Daarbij heb je je gewoon te voegen naar wat gebruikelijk is in een groep, bij een bedrijf of de moraal van de samenleving. Als je wilt dat je talent onderkend wordt, zorg er dan voor dat je al je skills inzet om in een positie te komen waarin dat kan. Dat is niet makkelijk, maar met zoveel intelligentie is dat oplosbaar. Zelf maak ik keer op keer dezelfde fout omdat ik denk dat iedereen de beste oplossing wil. Dat is in de politiek helaas niet zo.

Tenslotte: denk je dat je in de volgende raadsperiode wederom actief zult zijn voor hoogbegaafdheid in het Amsterdamse onderwijs en zo ja, wat is dan je ambitie?

Ik hoop natuurlijk terug te komen in de gemeenteraad. Dat moet lukken, want ik sta op de zevende plek van de lijst van de V VD en we hebben nu acht zetels. Dan wil ik me weer heel graag inzetten als woordvoerder onderwijs. Wat dan bovenaan mijn lijstje komt te staan, is het verbeteren van het middelbaar onderwijs voor hb-kinderen, want ook dat kan in Amsterdam nog veel beter geregeld worden.”

Dit artikel stond in maart 2014 in  HiQuarterly 005 en is hier opnieuw gepubliceerd met toestemming van de auteur.